De NGV-afdeling West Noord-Brabant organiseert op 23 september 2017 een speciale jubileum regio-bijeenkomst. Leden en niet-leden zijn van harte welkom. Het thema luidt: Genealogie en Erfgoed.

 

Plaats van bijeenkomst: Stadsarchief Breda, Parade 10 te Breda. Het programma start om 13.00 uur en duurt tot ca. 17.00 uur. Er zijn twee lezingen, gevolgd door een forumdiscussie onder leiding van de heer Jac Snijders, voorzitter van Erfgoedvereniging Engelbrecht van Nassau.

De eerste lezing op die dag is van Boudewijn van de Calseijde, verbonden aan de Stichting Historische Verzameling van de Koninklijke Militaire Academie in Breda. De titel van zijn verhaal is: “Van je familie moet je het maar hebben”.
Hoe kom je aan de macht en hoe blijf je aan de macht? Welnu de familie van Nassau en de latere Oranje-Nassaus hebben dat gepresteerd. Vanuit een relatief bescheiden graafschap aan de rivieren Rijn en Lahn werden begin 15e eeuw de eerste stappen ondernomen om tot aan de top van de Europese grootmachten van de 17e eeuw te komen. Met name Willem III, stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en bij zijn overlijden koning van Engeland, Schotland en Ierland. Was Willem III in het laatste deel van de zijn leven (1689-1702) niet de machtigste man van het westelijk halfrond? Bekleedde hij niet de hoogste positie in twee Europese grote mogendheden?
Na een moeilijk begin van de 18e eeuw werd prins Willem IV in 1747 beloond met de erfstadhouderschap van de Verenigde Nederlanden. Weer een interessant gegeven: ze waren vorsten van een Republiek. Dat zou al spoedig, na de ondergang van Napoleon, veranderen in een echte monarchie, tot op de dag van vandaag.
Tijd om nu eens naar Breda te kijken. Zeker in het licht van 350 jaar herdenking van de Vrede van Breda (1667), gesloten tijdens het 1ste Stadhouderloze Tijdperk, zonder dat er maar een Oranje-Nassau aanwezig was . Maar wel in Breda, de bakermat van de Nederlandse Nassaus. Tijd om ook eens de stamboom van deze familie nader te bekijken.

De tweede lezing gaat over het begijnhof van Breda. Martin Rasenberg is sinds 1997 beheerder van het begijnhof en heeft het initiatief genomen tot heroprichting van het Bredase Gilde van het Heilig Sacrament van Niervaert.

Het Begijnhof Breda werd opgericht op 22 maart 1267. Op die dag ontving de Bredase begijnengemeenschap immers gronden van Hendrik V van Schoten, heer van Breda, direct grenzend aan zijn burcht, om er een hof met eigen kerk en begraafplaats te realiseren. De oprichting van een begijnhof in Breda staat niet op zich. De begijnenbeweging moet een brede volksbeweging zijn geweest. Er waren 94 begijnengemeenschappen in België, 38 in Nederland, 36 in Noord-Frankrijk, minstens 54 in Duitsland en een klein aantal in Italië, Hongarije, Zwitserland, Luxemburg, Oostenrijk, Polen en Engeland.

Toen Engelbrecht I van Nassau in 1403 in het huwelijk trad met de Bredase erfdochter Johanna van Polanen was het begijnhof al meer dan 100 jaar de meest nabije buur van het kasteel. Dit verklaart de hechte band die er tussen het begijnhof en de familie van (Oranje-) Nassau bestaat. Hendrik III  van Nassau wilde echter in het tweede kwart van de zestiende eeuw zijn kasteel in Breda uitbreiden tot eerste Renaissance paleis in de Nederlanden. De ligging van het begijnhof met de hoge kerk ervoer men echter steeds meer als een zwakke plek in de verdediging van dat paleis. Hendrik III kwam in 1531 met de begijnen overeen dat zij hun hof zouden verplaatsen naar de huidige locatie aan de Catharinastraat. In de oorkonde waarin deze afspraak schriftelijk werd bevestigd beloofde hij de begijnen en hun hof tevens blijvende bescherming namens zichzelf en al zijn opvolgers.

Het rijke archief van het Begijnhof bevat nog diverse aken van sauvegarde waarmee de prinsen van Oranje-Nassau de door Hendrik III toegezegde bescherming bevestigden. Tevens blijkt uit het archief dat personen van de familie van Nassau bij incidenten ook daadwerkelijk intervenieerden ten gunste van de begijnen. De rechtspersoon “Begijnhof Breda” viert dit jaar haar 750-jarig bestaan. Ze is thans de oudste nog bestaande Begijnhof-rechtspersoon in Europa. Deze instelling heeft vanaf 22 maart 1267 zonder onderbreking haar taak met een eigen bestuur en met behoud van haar hofjeswoningen, roerende goederen en andere bezittingen kunnen voortzetten. De blijvende bescherming van het Begijnhof Breda door de familie van Nassau is daarvan de belangrijkste oorzaak.

(De afbeeldingen op deze pagina komen uit de collecties van de Nederlandse Defensie Academie, van het Begijnhof Breda en van Frans Roelvink.)